• Do’s en don’ts van het strandfietsen

Do’s en don’ts van het strandfietsen

Fietsen op het strand vergt een iets andere aanpak dan op de weg. Een goede voorbereiding is het halve werk, dus doe je voordeel met een samenvatting van de do’s en de don’ts die FIETS in 2008 publiceerde:

  • Op het harde zand aan de waterlijn maak je meer snelheid en zak je minder weg, maar fiets je te dichtbij het water, dan wordt de ondergrond drassig en verlies je snelheid;
  • Oriënteer je op rijders voor je, dan zie je waar je het beste kunt rijden;
  • Bij erg zacht zand (bij vloed), rijd je soms sneller door het water. Een paar cm water geeft het gevoel dat je aquaplaneert en je banden nauwelijks de ondergrond raken;
  • Ga bij mul zand niet op de pedalen staan, maar blijf stil zitten en trap stoïcijns door;
  • Als je snelheid hoog genoeg is, zak je minder weg in het zand;
  • Houd constant druk op de pedalen, anders sta je geparkeerd;
  • Let op natuurlijke hindernissen zoals met zee verbonden plassen, strekdammen en kustverstevigingen. Minder je snelheid op granieten blokken en pas op voor de sleuven;
  • Net als op de weg geldt: rijd dicht op je voorganger, dan vang je minder wind;
  • Een 29-er is zo’n 10% efficiënter op het strand. Heb je ambitie voor een snelle tijd, houd dan de bandenspanning laag (rond 1 bar) en rijd met vloeibaar latex tegen het lekrijden. Schelpen en golfbrekers van stenen kunnen je namelijk een lekke band bezorgen.